Getuigenis:
'Van koele kikker tot warme meid'
Home » Geestelijke gezondheidszorg » Psychiatrisch ziekenhuis Alexianen Tienen » Eetherstel » Getuigenis: ‘Van koele kikker tot warme meid’
Jaren geleden, toen ik nog diep in mijn eetstoornis zat, was ik ervan overtuigd dat ik altijd alleen zou
blijven. Single. Een oude vrijster. Ik was bang om iemand toe te laten, dichtbij te laten komen.
Vriendschappen waren extreem oppervlakkig en verliefd worden, goh, ik werd misselijk van het idee
alleen al. Tussen mij en de buitenwereld stond een muur van oppervlakkige symptomen.
Ondertussen is er heel wat veranderd. Wat ik vroeger nooit voor mogelijk hield, is realiteit
geworden. Met vallen en opstaan. Van koele kikker tot warme meid.
Een koude rilling glijdt langs mijn rug als ik Thomas’ lippen naar die van Lynn zie zoeken. Mijn
vrienden zijn jong. Verliefd. Vijfentwintig en in de fleur van hun leven. Ik niet. Ik huiver van het idee
dat ik ooit iemand zal kussen. Al ben ik ook vijfentwintig. Vijfentwintig en alleen.
Ik huiver als iemand te dichtbij komt.
Ik ben immuun voor complimenten.
Ik sla in paniek bij de woordencombinatie ‘ik zie je graag’.
Ik ben niet klaar voor warmte, liefde en tederheid.
In mijn wereld ken ik enkel hardheid.
Lina met het muurtje om haar heen. Onbereikbaar. Lina met de veiligheidsbarrière. Alsof emoties
terroristen zijn. Alsof tederheid rampen veroorzaakt. Alsof er niets meer van me overblijft, als ik me
openstel voor warmte, voor vriendschap of iets meer. Lina – ik word niet verliefd. Al vijfentwintig jaar.
Een neveneffectje van mijn verleden, denk ik. Een vastgeroeste gewoonte, waar mijn eetstoornis
hartelijk van profiteerde. Ondertussen heb ik die anorexia vaarwel kunnen zeggen, de symptomen heb
ik onder controle, maar de diepgewortelde gedachten duiken geregeld nog eens op. Mijn lijf graag zien,
dat lijkt een onmogelijke opdracht en ik betwijfel of mezelf insmeren met een zachte bodymilk, zoals
mijn psycholoog me aanraadde, daar verandering in zal brengen. Mezelf graag zien, ik zou niet weten
hoe dat moet. Graag gezien worden, ik zou niet weten hoe dat voelt. Ik geloof geen haar van de
complimenten die ik krijg. Ik kan niet begrijpen waarom mannen uitgerekend op mij verliefd worden
of waarom mensen mij interessant vinden. In mijn ogen heb ik niets, maar dan ook niets te bieden.
Vriendschappen blijven oppervlakkig. Lina – de clown. Altijd vrolijk aan de buitenkant en de
binnenkant verborgen voor iedereen. Jarenlang overgoten met een flinke saus eetstoornis.
Een vastgeroest patroon dat ik wil doorbreken, besefte ik toen, op dat terras, een aantal jaar geleden.
Dat ik grondig beu ben. Waarvan ik geen enkel voordeel meer in zie. Ik experimenteer, ik probeer. Ik
vertel eens iets over mezelf. Ik sluit me niet op als ik me ellendig voel en hunker naar steun en begrip.
Ik ben mezelf meer en meer mezelf. Lina. Lina zonder masker. Kwetsbaar, maar eerlijk. Lina met
steeds hechtere vriendschappen. Een jarenlang proces. Met vallen en opstaan.
Soms hunker ik naar veiligheid. Gekend terrein. Word dan toch kwaad! Maar het gebeurt niet. Zeg
toch gewoon dat ik een verderfelijk ding ben. Noem mij de oorzaak van alles wat misloopt. Zeg dan
toch dat ik nooit goed genoeg zal zijn. Maar het gebeurt niet. Ik word geapprecieerd. Dat mag niet.
Mensen vinden me interessant. Dat kan niet. Ze stimuleren me om te doen waar ik goed in ben. Dat is
tijdverlies. Ze laten me mijn eigen ding doen. Dat mag niet. Het contrast met vroeger is te groot. Blijf
van mij! Ik hoef geen warmte. Dat verdien ik niet! Ik voel de grond onder mijn voeten wegzakken.
Help! Ik wil zo graag iemand die me de weg wijst, die me helpt. NEE! Dat mag niet. Houvast
verdwijnt. Ik balanceer in het ijle. Weg van vroeger. Weg van die absurde overtuigingen. Op naar die
echte Lina. De Lina die altijd diep verborgen zat. De Lina die ik altijd al had willen zijn. Tot nu. Ik kan
het niet dragen. Vaak verlang ik naar een stevige muur, een eetstoornis als houvast, een masker, een
rol in mijn toneelstuk – het leven. En toch ook niet.
Toch ook helemaal niet.
Ik ontdek dat vriendschap heel fijn kan zijn. Warm. Liefdevol. Dat het leuk is om gewoon mezelf te
kunnen zijn. Complimenten krijgen, tot op een zekere hoogte. Niet te veel. Zeker niet te veel. Te veel
leidt tot kortsluiting. Te veel moet gecompenseerd worden. Stom! Intense warmte en appreciatie.
Nooit heb ik dat gekend. Of gevoeld. ‘t Doet zo ongelooflijk veel deugd en tegelijkertijd wil ik het zo ver
mogelijk wegduwen. Het voelt als controleverlies. Als iets wat ik niet verdien. Je moet stoer zijn. Stoer.
Alles zelf kunnen. Ik verdien het niet. Ik kan er niet mee om dat mensen me graag hebben. Die
authentieke Lina. Het kan niet dat net die in de smaak valt. Soms raak ik helemaal overstuur. Paniek.
Onrust. Het grote onbekende.
Blijf van me. Laat me gerust. Ga weg. Zie me vooral niet graag.
En dan. Opeens. Daar was hij. Hij, die dichtbij mocht komen. Hij, die de ene barrière na de andere
passeerde. Heel traag. Stap voor stap. Het voelde goed. Soms, nee, soms kwam het allemaal iets te
snel. Iets te dicht. Wegduwen. Scherpe woorden. Kwetsend, zonder dat dat de bedoeling was. En
meteen spijt. Kwaad op mezelf. Omdat ik het ken, dat verdomde mechanisme. Opeens mag het. Hij
mag dichtbij komen. Warmte. Appreciatie. Vaak een beetje te veel om te kunnen dragen. Ik ken het
niet. Ik begrijp het al helemaal niet. En toch voelt het eigenlijk wel goed.
Hij voelt me beter aan dan wie ook. Lief. Rustig. Zonder enige dwang. Ik voel dat hij graag meer wil,
maar hij kan zich perfect beheersen. Hij slikt zijn woorden in als hij wil zeggen dat hij me graag ziet,
omdat hij merkt dat ik het niet aan kan. Hij raakt me niet aan. Het hoeft niet. Hij houdt zich in. Ik
bepaal de grens. Het is fijn. Heel erg fijn. Ik ben tot over mijn oren verliefd. Voor de allereerste keer.
Lina – ik word blijkbaar toch wel verliefd. En ik heb meteen prijs. Het is volledig wederzijds.
Lina – de laatbloeier. Maar als ik bloei, dan doe ik het meteen volop.
En nee, ‘t is niet gemakkelijk. Die donkere, vastgeroeste gedachten stonden zeker aan het begin van
onze relatie helaas nog vaak tussen ons. Maar nu, ondertussen heel wat jaren later, gaat het nog
steeds goed. Ongelooflijk goed. Ik begrijp niet hoe ik dat ooit heb kunnen missen.
* Ik wil liever anoniem blijven, daarom gebruik ik Lina als schuilnaam.