Getuigenis:
'jezelf ontdekken met vallen en opstaan'

Het was ergens begin oktober. Ik weet het nog heel goed. Ik was juist 19 geworden en net aan mijn
tweede jaar hogeschool begonnen. Ik was van studierichting veranderd en keek met veel hoop
tegen dit nieuw begin aan. Deze studies waren echt hetgeen waarop ik zo lang had gewacht. Ik
voelde me er thuis en was meer dan ooit gemotiveerd om er te geraken. En toch… na drie weken
les voelde ik mij onbekwaam om nog verder naar school te gaan. Hoe graag ik de studies ook
deed, ik had op een paar dagen tijd alle zin verloren om naar school te gaan. Ik had namelijk een
ernstig eetprobleem, maar vooral veel problemen met mezelf. Met mijn eetprobleem kampte ik al
meer dan vier jaar, ik was 14 jaar toen het begon met anorexia om daarna stilaan maar zeker in
die andere afschuwelijke wereld van boulimie te vallen. Dit is in het kort mijn verhaal, mijn
gevecht met mijn eetstoornis, mijn opname in Tienen, en hoe het nu gaat…

Mijn anorexia
Anorexia heb ik niet zo heel lang gehad, zo ongeveer anderhalf jaar. Maar het was voldoende om
mij de schrik van mijn leven te bezorgen. Mijn maandstonden waren immers verdwenen en ik was
zo bang dat ik later geen kindjes meer kon krijgen. Vanbinnen schaamde ik me diep omdat ik
dacht aan een vriendin en haar man en aan andere vrouwen die al die zware behandelingen
ondergingen om maar te proberen een kindje te krijgen. En zie mij, ik was mijn kans misschien
volledig aan het verknoeien door mijn lichaam zo te vernietigen omdat het niet kreeg wat het
nodig had. En al van toen ik nog zelf een kind was , droomde ik reeds van de kleintjes die ik later
dolgraag wilde. Voor mij persoonlijk is dat de ‘klik’ geweest, waardoor ik absoluut moest stoppen
met zo weinig en ongezond te eten. En ik dacht ook al aan de andere schade die ik mijn lichaam
aandeed: mijn nieren volledig uitputten door de tien liters water die er iedere dag door ‘moesten’,
mijn darmen aangetast door de parafine die ik misbruikte, mijn haren die zo dof waren geworden
en uitvielen, mijn tanden die geen voeding kregen, mijn gezicht dat zo bleek uitzag en mijn ogen
die uitpuilden…

Maar een van de ergste effecten van mijn anorexia vond ik de kou die ik constant leed. In het
begin was het alleen koud van buiten: mijn handen, voeten, neus. Daarna is het een blijvende
innerlijke koude geworden erbovenop: het liep als een worm door mijn lijf, dag en nacht. Die
winter ’95 zal ik niet vergeten: nog nooit had ik zo een vreselijke kou geleden en het liet me niet
los. Maar het was kiezen tussen deze ongemakken en het feit dat ik me eindelijk een beetje goed
voelde in mijn vel, en ja, wat dacht je, de keuze was snel gemaakt. Ik koos toch liever voor dat
beter in mijn lichaam voelen. Reeds als baby was ik molliger dan anderen, nooit echt dik, maar
toch anders. Kledij van mijn leeftijd kreeg ik zelden aan en dat deed hoe langer hoe meer pijn. Op
mijn 14e is het mij dan echt te veel geworden, na een puberteit waarin ik heel veel had gegeten. Ik
was vol afschuw van mezelf en wou voor eens en voor altijd afvallen om gelukkig te zijn ‘zoals de
anderen’. En tijdens mijn anorexiaperiode voelde ik mij ook echt gelukkig, ondanks alle minder
plezierige gevolgen op fysiek vlak, maar ook de opmerkingen van familie en kennissen, en de
talrijke ruzies met mijn ouders. Jawel, ondanks dit alles, dacht ik dat dit het ware geluk was
waarop ik zolang had gewacht. Wat had ik het verkeerd voor…

In werkelijkheid had ik een soort gordijn voor mijn ogen dat verborgen hield dat mijn ‘geluk’
alleen bestond uit de beelden van dit vermagerd, ongezond lichaam die de spiegel mij
terugkaatste, uit de momenten waarop ik mijn knoken kon voelen, die mij geruststelden, uit de
gedachten dat ik nu sterk was omdat ik al die lekkere dingen van vroeger opzij kon laten liggen en
mezelf kon laten uithongeren terwijl ik eindelijk leuke kleren van mijn leeftijd aankreeg en goede
punten voor school bleef behalen en intens buikspieroefeningen kon doen. Ik haalde plezier uit
die dingen en dacht dat ik zo zou blijven kunnen doorgaan. Langzamerhand kreeg ik door dat ik
behalve mijn eet- en lichaamsgedachten NIETS maar dan ook niets meer had: ik was volledig
afgezonderd in een wereld met gedachten aan niet of wel eten, aan vermageren en mager blijven.

Ik was school beginnen haten (maar bleef studeren anders zouden mijn ouders aan de alarmbel
trekken voor mijn eetprobleem). Ik had mij afgezonderd van de paar vriendinnen die ik had,
omdat ik mij onbegrepen en verwaarloosd voelde door hen. Terwijl ik misschien harder had
moeten schreeuwen in plaats van mij onopgemerkt terug te trekken. Ik had ook zeer gespannen
relaties met mijn ouders, gedeeltelijk door mijn eetprobleem waarvoor ik standvastig vocht, maar
vooral omdat ik mij leeg, zo ontzettend leeg voelde vanbinnen en ik het niet kon zeggen omdat ze
zelf al zoveel problemen hadden met elkaar en met mijn zus. Voor mijn moeder op de eerste
plaats moest ik mij sterk houden, zij die al zo verdrietig was en zoveel ongeluk in haar leven had
gekend. Maar de pijn is mij zo vaak te veel geworden en daardoor was ik dikwijls agressief en zeer
prikkelbaar. Vanbinnen voelde ik mezelf ten onder gaan, stilaan vernietigd worden door mijn
eigen haat. En ik zag geen uitweg meer. Mijn lichaamsbeeld hielp me door sommige momenten
heen, maar voor mijn diepere behoeften lieten het het afweten. Ik voelde mij tevreden en stond
toch nergens. Gelukkig en toch diep ongelukkig. Mager, maar een afschuwelijk iemand die op
alles een zwarte kijk had en haar omgeving veel verdriet en ontgoocheling aandeed en bovendien
haar lichaam aan het vernietigen was.

En dan boulimie
Na die uithongeringsperiode ben ik langzamerhand boulimisch geworden. Ik had altijd al graag
gegeten en zie, nu mocht ik eten zoveel als ik wilde omdat ik moest bijkomen. Door het afvallen
had ik geen maandstonden meer. Alleen kwam ik in het andere extreem terecht en die wereld
bleek nog tien keren pijnlijker te zijn.

Al het gewicht dat ik was kwijtgeraakt, ben ik geleidelijk aan dubbel zoveel bijgekomen. Nog nooit
was ik zo verziekt en afkerig van mijn eigen lichaam. Ik voelde mij de ganse dag opgezwollen door
de regelmatige eetaanvallen (pas veel later ben ik beginnen overgeven), lelijk, zo lelijk, maar op de
eerste plaats enorm zwak omdat ik mij iedere keer weer opnieuw zo liet gaan. Ik was zo
beschaamd. Ik haatte mezelf en strafte mij daarom maar al te graag met allerlei dingen die mij op
de een of andere manier pijn deden. Niemand wist van mijn eetprobleem, alleen mijn ouders,
omdat ze wel zagen hoeveel eten er verdween uit de frigo en de kasten. Ze stonden machteloos,
want ik aanvaardde geen enkele hulp, voelde mij daarvoor te erg beschaamd en gefaald. Om een
beetje te compenseren met al het eten dat ik opkropte, kwam ik al vlug terecht in een periode
waarin boulimie en anorexie elkaar afwisselden. En later ben ik dan na mijn eetaanvallen
beginnen over te geven, vaker en vaker, tot zelfs zeven keer per dag. Ik kwam terecht in een
oneindige vicieuze cirkel waarin ik nog alleen maar afkeer van mezelf en eenzaamheid voelde. Ik
leefde niet meer. Ik onderging mijn ziekte en liet haar mij vernietigen, dacht dat ik er toch nooit
uit zou kunnen geraken. Zo zou ik misschien wel mijn hele leven doorbrengen : ingenesteld in dat
eetprobleem, gedoemd om alleen en verdrietig te zijn.

Ik was intussen de hogeschool begonnen, maar studeerde een beroep waarvan ik voelde dat het
mij niet gelukkig zou maken. Ondanks alles had ik mij meer open opgesteld en had ik een leuk
groepje vrienden rond mij. Maar geen van hen wist iets van mijn problemen: noch van mijn eten,
noch van mijn problemen met mijn ouders of die met mezelf. Ik was zo beschaamd en bang hen af
te schrikken. Ik wilde eindelijk goede vrienden hebben en het beeld van de ‘perfecte’ vriendin
geven: grappig, joviaal en sterk. Sterk zijn, mijn zwakheden verbergen, dat was hetgeen ik jaar in,
jaar uit had geprobeerd, hoewel het zo’n pijn deed om die verscheurende gevoelens in te houden,
maar het was het enige positieve dat ik in mezelf zag. Er altijd maar zijn voor de anderen, in het
bijzonder mijn moeder, want zij stond altijd klaar voor mij. Sterk ook voor mijn vrienden, voor
school, voor mensen die het waard waren, maar niet zoals ik.

Vier jaar en half heb ik het kunnen volhouden voor ik fysiek en moreel volledig uitgeput was. Ik
dacht dat het volgende schooljaar, door de studies aan te vangen die mij zo bleken te boeien, mij
er eindelijk door zouden helpen, maar neen! Ik kon het gewoon niet (meer)! Ik was van binnen
ziek en zou niet gelukkig kunnen leven zolang ik niet in mijn hoofd genezen was. Ik was zo moe,
zo verzwakt van het zeer weinig slapen en het vervolgens eten, overgeven en dan weer
uithongeren. Maar vooral, ik voelde mij zo ongelooflijk verdrietig en eenzaam. Ik zag geen enkele
zin meer in het leven op die manier. Het leven maakte mij alleen maar intens droevig en al zovele
jaren, waar was het dan nog goed voor? Had ik mij al die jaren sterk gehouden om uiteindelijk
nog ongelukkiger te zijn?! Neen, zo een soort leven wilde ik niet meer. Het was de moeite niet
waard!

En toch… ergens diep van binnen wilde ik blijven leven en die vicieuze cirkel doorbreken. Ergens
in mijn hoofd had ik een persoonlijke ‘supporter’ die me toeriep dat ik moest blijven vechten, en
dat ik er ‘eens’ wel uit zou geraken. Ik kan je dit verzekeren: zonder mijn geloof zou ik er vandaag
niet meer zijn. Noch de liefde van mijn ouders, noch mijn dieren of toekomstplannen zouden mij
uiteindelijk hebben kunnen tegenhouden om er een einde aan te maken en werkelijk de knoop
definitief door te hakken. Ik had al zovele keren gedacht aan zelfmoord en zitten bedenken welke
de pijnlijkste manier zou zijn om dit ‘mislukt’ leven eens en voor altijd achter mij te laten, om
eindelijk eens tot rust te kunnen komen. Maar mijn geloof heeft mij tegengehouden om, ondanks
de ondraaglijk geworden pijn, die onomkeerbare stap te zetten. Mijn geloof heeft mij erdoor
gehaald en doet dat nog altijd vandaag de dag, als ik het moeilijk heb. Het is ook uit mijn geloof
dat ik de kracht en de wil heb geput om de beslissing te nemen mij te laten opnemen in Tienen,
om mij uit die puinhoop te halen waarin ik verwikkeld geraakt was. Al kamp ik vandaag nog
steeds met mijn eetprobleem en al wens ik reeds zo lang mij eens een lange tijd echt gelukkig,
rustig en in evenwicht in mijn hoofd te kunnen voelen, ik blijf geloven en vertrouw erop dat het op
een dag goedkomt met me.

Hoe ik in Tienen verzeild ben geraakt
Het was mijn laatste hoop. Ik voelde dat als ik enige kans wilde maken om mijn problemen te
doorbreken, ik iets radicaals moest ondernemen: voor mij betekende dat van thuis weggaan en
zolang dit nodig zou zijn. Want het schreeuwde niet alleen in mijn hoofd, maar ook thuis. Het
schreeuwde de ganse dag, dag na dag, jaren aan een stuk al. Ik was nog nooit echt opgevolgd
geweest door een psychiater of psycholoog (het ‘klikte’ nooit echt had ik de indruk). Ik wou meer
dan een wekelijkse consultatie, ik was op zoek naar iets krachtigers, iets intenser en duurzamer,
want ik zag geen enkele andere oplossing meer. In overleg met mijn ouders heb ik dan de
moeilijke, maar opluchtende beslissing genomen om mij te laten opnemen in Tienen.

Ik ga het niet verbloemen, de eerste dagen waren vréselijk: zoveel tijd dat je had om alleen na te
denken zonder echt al therapie te hebben! Ik vroeg me af wat ik er in feite deed. Maar ik dacht
ook: “Komaan, doorbijten, nu je eindelijk de stap hebt gezet mag je niet opgeven! En ze zeggen
toch: alle begin is moeilijk. Het zal wel stilaan beteren. En dat is ook zo”. Ik heb mijn
schooldirectrice, mijn klastitularis en de maatschappelijk assistente van de school verwittigd dat
ik om gezondheidsproblemen genoodzaakt was mijn studie een tijdje te onderbreken. Voor
hoelang wist ik nog niet. Het was een harde beslissing om mijn studies zo ‘in de steek te laten’,
zonder te weten hoe ik uit de behandeling zou komen en of ik daarna nog werkelijk zou (durven of
willen) teruggaan. Maar het feit dat ze voor mij op school begrip toonden voor mijn problemen en
mij verzekerden dat zij mij zonder twijfel opnieuw zouden laten beginnen (een derde keer!) was
een enorme geruststelling die mij geholpen heeft om rustig de tijd te nemen om mijn problemen
aan te pakken.

Daarom geloof ik nu dat, als je beslist om zo een therapie te beginnen, dan moet je er alle tijd voor
nemen die je kan nemen. Plak er niet te nauw een aantal dagen of maanden op, maar neem de tijd
die nodig is. Persoonlijk vind ik dat je jezelf dan echt de kans geeft om iets blijvends te halen uit
de behandeling, zonder teveel druk op je schouders te leggen. Je geeft jezelf eindelijk rustig de tijd
om te ontdekken wat er verkeerd gaat is gegaan en hoe je jezelf er weer bovenop kan helpen. En
daarvoor heb je meestal meer dan een maand of twee nodig, althans dat heb ik kunnen vaststellen
bij mezelf en bij vele andere mensen met mij in behandeling. Hoewel ik dat nooit had kunnen
bedenken, ben ik uiteindelijk vijf maanden in de kliniek gebleven. Vijf lange maanden, ja! Ik die
in het begin dacht van “Oh, dat gaat hier goed (mijn eetgedrag ging onmiddellijk veel beter), na
twee maanden zal ik wel al weg kunnen!” Ik heb stilaan gemerkt dat ik het echt wel nodig had om
nog langer te blijven. Want mijn problemen lagen heel diep van binnen en het is werkelijk niet
voldoende, of zelfs nutteloos denk ik, om enkel je symptomen te laten behandelen.
Ik heb eens een begeleider in de kliniek horen zeggen: “Hoe dieper je graaft in het lijden dat er
vanbinnen in je schuilt, des te steviger zal de basis zijn die je je terug opbouwt” Het is kwestie van
eerst in je binnenste te kijken, te twijfelen, verdriet te ontdekken en naar boven te laten komen, je
slecht te voelen, te huilen, te schreeuwen, kwaad te zijn, om je dan pas echt beter te kunnen
voelen. In de kliniek sta je er echter niet alleen voor. De therapieën, het personeel en de
medebewoners helpen je ermee door te gaan.

In de kliniek heb ik de tijd en de gelegenheid gehad om voor mezelf rustig aan een gezonder en
gelukkiger leven op te bouwen. Natuurlijk is het moeilijk geweest, natuurlijk heb ik er meer dan
eens de brui aan willen geven, natuurlijk miste ik mijn kamer en mijn thuis, mijn studies,
vrienden en dieren, kortom… een gewoon leven buiten de kliniek. Maar achteraf bekeken: wat
stellen vijf maanden voor op een heel leven als het je kan redden? Jawel, die vijf maanden
doorbijten zijn het zeker en vast waard geweest! Want ze hebben hun vruchten afgeworpen. Ze
hebben mij moed en ‘gereedschap’ (zelfvertrouwen, beslissende inzichten, hulpmiddelen…)
gegeven om er tegenaan te gaan, om weer zin te vinden in het leven, om te vechten tegen en
sterker te willen zijn dan mijn ziekte. Ik beweer niet dat ik volledig genezen was de dag dat ik de
kliniek verliet (want dan begint het alledaagse leven pas echt opnieuw en moet je je op je eentje of
ten minste met minder hulp redden), maar ik voelde, na zovele jaren lusteloosheid, opnieuw
levenskracht vanbinnen. Herboren. Als door een nieuwe, hoopgevende levensadem doordrongen. 
En dat voelt zo goed aan!

Wat ik geleerd heb
Wil je eruit geraken, dan moet je jezelf in handen willen nemen. Het ligt aan jou wat je uit de
behandeling haalt. Het zal weinig langdurig effect hebben als iemand anders het voor jou doet.
Het is jouw behandeling, een nieuwe kans voor jezelf. Maar je staat er niet alleen voor: het hele
team en je groepsgenoten en medebewoners zijn er om je erdoor te helpen, te leiden en je bij te
staan als je het even niet meer weet of ziet zitten. De behandeling ligt voor het grijpen, samen met
een heleboel leerrijke ervaringen, al zijn ze niet altijd even plezierig of kunnen ze je diep
vanbinnen raken. En nadien ben je trots op jezelf dat je dit allemaal in je eentje (met de steun van
anderen) hebt kunnen doen en dat geeft je moed om verder te gaan en opnieuw te proberen als
het misloopt. Het laat je uitzien naar de dag dat je mag bewijzen dat je het op je eentje kan.
Hoe onmogelijk het misschien ook lijkt, er zijn dingen die je écht kunt veranderen in je leven,
zelfs al zijn ze al jaren verankerd. Het is een kwestie van wil en eerlijk zijn ten opzichte van jezelf,
en de hulp en het (soms heel opmerkelijk en onthullend) inzicht van anderen te aanvaarden,
hetgeen ik persoonlijk in het begin zeer moeilijk kon aanvaarden. Zolang je leeft, kan je dingen
bijleren en kan je veranderen. Het is moeilijk, ja, dat doorbijten en die nieuwe manier van doen
word je soms beu, maar het brengt je altijd iets op, hoe klein het ook is. Het belangrijkste voor
mezelf dat ik tijdens mijn behandeling heb bereikt, is dat ik eindelijk ontdekt heb wie ik ben en
wat ik wil zijn voor mezelf en niet meer voor de anderen op de eerste plaats.

Wat eten betreft, gaat het nu een groot stuk beter kan ik wel zeggen, maar ik ben nog niet over
mijn eetprobleem heen. Ik heb nog eetaanvallen en soms de neiging om weer te mager te worden
en te weinig te eten. Telkens weer vind ik dat heel erg, na die lange maanden behandeling en dat
moeilijke parcours. En toch voel ik dat het niet meer hetzelfde is als vroeger. Iedere keer dat het
opnieuw verkeerd gaat, heb ik de indruk dat ik voor dat of dat kleinigheidje toch verbetering
geboekt heb en dan lukt het mij al om de dingen fors te relativeren. En dan denk ik: “Komaan, je
komt er wel, door dat vallen en opstaan heen kom je der op een dag voorgoed”. Ik moet spijtig
genoeg eerlijk toegeven dat ik mezelf uiterlijk gezien nog niet aanvaard zoals ik ben. Dat staat nog
dikwijls mijn geluk in de weg en zet een rem op mijn vooruitgang. Iedere dag probeer ik daarrond
te werken, maar het blijft moeilijk. En toch geef ik niet op, want ik geloof dat ik er op een dag zal
komen! Alleen nu nog niet.

Ik kan wel zeggen dat, nu ik mijn eigen persoonlijkheid heb ontdekt en eigenlijk goed aanvaard, ik
deze zeker laat gelden. En al ben ik natuurlijk niet beter of gemakkelijker dan een ander, mijn
eigenheid willen en kunnen tonen geeft mij een gelukkig gevoel. Zonder schroom geef ik toe dat ik
nu regelmatig trots ben op wie ik ben en op hetgeen ik heb gedaan in die vijf maanden. Een zalig
gevoel waarvan ik niet (meer) wist hoe het aanvoelde. Maar het is ook wel belangrijk en
noodzakelijk, denk ik, om open te blijven voor anderen en hun mening, om te leren uit je fouten
en gebreken maar deze allereerst te erkennen en te aanvaarden, om niet te zeggen: “Ik ben zo,
punt aan de lijn”. Anderzijds denk ik ook dat het niet verkeerd is om je sterke punten en
kwaliteiten te overwegen en daar ook kracht voor jezelf uithalen. Integendeel. Bovendien kun je
net met deze positieve karaktertrekken van je, anderen helpen. Je blijdschap en verdriet delen
met anderen, er zijn voor anderen maar ook voor jezelf, terwijl je jezelf toelaat om je te laten zien
zoals je echt bent, ,persoonlijk geeft het mij zo een ontzettend goed gevoel, voor zover het mij lukt
tenminste.

Ik heb het geluk dat ik dat gevoel nu al regelmatig mag ervaren, na vijf jaar aanhoudende
eenzaamheid. Op dat ogenblik besef ik dat ik op een heel eenvoudige wijze gelukkig kan zijn.
Alleen pak ik de dingen, onder andere mijn eetprobleem, nog niet altijd op de juiste manier aan
en dan is het weer even hard ontdekken dat de ziekte daar nog loert en dat ik opnieuw, telkens
weer, moet blijven proberen om ze volledig te overwinnen. Maar het feit dat ik mijn lichaam
zoveel schade heb berokkend en dat ik het nu nog soms verziek, al is het minder, dat speelt ook
nog dikwijls in mijn hoofd. En hoewel een lichaam zich herstelt, er zijn blijvende letsels. En eerlijk
gezegd maken die mij bang. Soms durf ik gewoonweg niet denken aan de kans die bestaat dat ik
mijn leven door de fysieke gevolgen van mijn eetprobleem misschien wel verkort heb. Dan kan ik
niet geloven van mezelf dat ik mijn lichaam toch nog blijf vernietigen. Dat vind ik een van de
zwaarste en pijnlijkste gedachten rond mijn eetprobleem om mee te leven. Daarom, als ik het dan
onder ogen durf zien, dan probeer ik net die gedachte te benutten om vol te houden of mij bij
herval aan te zetten om mezelf opnieuw in handen te nemen, te blijven vechten en proberen om er
voor altijd bovenop te geraken.

Terug thuis
De meeste van mijn beste vrienden weten het nu ook over mijn eetprobleem. Met sommige onder
hen heb ik daar lang over gebabbeld en dat was een opluchting. Ik had schrik voor afwijzing eens
dat ze het zouden weten, maar dat is niet het geval geweest: mijn vrienden hebben mij gesteund
en steunen mij nog altijd in mijn ziekte en mijn moeilijke momenten. Het heeft ons eigenlijk
dichter bij elkaar gebracht en ik heb er geen spijt van dat ik het hen gezegd heb, al blijf ik er mij
beschaamd voor voelen en vermijd ik soms echt dit onderwerp.

Wat betreft mijn ‘leven na Tienen’: ik ben eerst een halfjaar op kot gegaan, omdat ik de behoefte
had om de overgang tussen opname en weer volledig bij mijn familie te wonen geleidelijk aan te
doen. Ik ben nu terug thuis bij mijn ouders en het gaat een stuk beter dan vroeger. Maar niet
zozeer omdat zij veranderd zouden zijn, maar veel meer omdat ik mij nu anders opstel. Want ik
zie nu in dat, mijn eigen gedrag wijzigen, op een manier dat het mij vooruit helpt met mijn
problemen, in plaats van de mensen rondom mij proberen te veranderen of wachten op een
initiatief van hun kant, efficiënter, duurzamer en gemakkelijker is. Al is de moeite die daarvoor
nodig is ook niet te onderschatten. Maar gewoon om te zeggen dat ik denk dat veranderingen op
de eerste plaats in eigen handen liggen. Plus als het je lukt om iets positiefs te bereiken, dan mag
je naderhand terecht trots te zijn op jezelf. Voor de rest heb ik de draad van mijn studies weer
opgepikt en het gaat vrij goed. Ik doe het heel graag. De examens zijn goed verlopen en ik heb er
vertrouwen in dit jaar eindelijk te slagen en over te mogen naar het volgende jaar.

Ik vertrouw wel dat alles met mij stilaan in orde zal komen. Als ik bedenk vanwaar ik kom, hoe
diep ik gevallen was, dan voel ik mij sterker, maar écht sterk deze keer (geen opgekropt gevoel van
de pijn te kunnen volhouden) en ook wel fier op mezelf om wat ik bereikt heb. Ok, ik heb dan wel
een eetprobleem waar niet ieder ander aan lijdt, maar toch, ik heb mezelf in handen genomen met
de steun van mijn geloof en van anderen omdat ik er mij wil doorslaan en dat ook van plan ben te
proberen totdat ik erin slaag. Al weet ik dat het zal zijn met vallen en opstaan. Al lijkt alles soms
volledig opnieuw de mist in te gaan en vraag ik mij dan af ‘hoe ben ik opnieuw zo kunnen
hervallen’, na of naast dat gevoel van mislukking, ken ik nu een gevoel dat ik sinds mijn
behandeling, ondanks nieuwe moeilijke momenten, niet meer ben kwijtgeraakt. Ik wil blijven
vechten en proberen tot de dag dat ik zal kunnen zeggen: “Ik heb een eetprobleem gehad en het
was verdorie hard en aanslepend, maar uiteindelijk heb ik het toch overwonnen en ik bepaal nu
mijn leven, en niet meer mijn ziekte!”

Het ga je goed!

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

* indicates required
Ik heb interesse in nieuws over