Getuigenis:
'gewikt en gewogen'

Een raar gevoel overvalt me wanneer ik door de straten van Tienen loop. Mijn hart klopt snel en ik voel
het koude zweet langs mijn rug lopen. Het is raar om terug te zijn. Sinds mijn ontslag heb ik de stad
van de suikerklontjes altijd doelbewust vermeden. Aan het kruispunt stop ik even. De nachtwinkel is er
nog steeds. Vroeger mijn traditionele stopplaats voor een gigantische eetbui op zondagavond, na een
ellendig weekend thuis. Maar vandaag niet. Ik loop de parking van de kliniek op. Alles lijkt nog precies
hetzelfde. De deuren, de bordjes, de geluiden, de geur… alles is nog exact zoals het was toen ik hier
vertrok. Nee, niet alles. Ik ben veranderd. Enorm veranderd. Ik ben niet meer te herkennen.

Nochtans ziet mijn lijf er nagenoeg hetzelfde uit als vijf jaar geleden. Een gezond BMI. Ruim zestig kilo
vrouwelijk vlees. Maar nu lacht mijn kortgerokte spiegelbeeld vriendelijk terug. Inmiddels durf ik
mezelf hersteld te noemen, na een jarenlang gevecht tegen zowel AN als BN. Na periodes van zowel
zwaar onder- als overgewicht. Na ettelijke uren therapie en twee lange opnames – eentje in Tienen,
eentje in Gent. Samen met die eetstoornis is ook de doffe blik in mijn ogen verdwenen. De reep
chocolade die in mijn zak zit, eet ik straks met smaak op. Omdat ik er zin in heb. Niet omdat het moét
om bij te komen. Niet als startpunt van een eetbui.

Iemand die niet vertrouwd is met eetstoornissen, bepaalt de waarde of ernst ervan op basis van het
gewicht. Hoe minder je weegt of hoe meer je compenseert, hoe erger je eraan toe bent. Dat iemand
met een gezond gewicht ook een heftige eetstoornis kan hebben, daar denkt niemand aan. Alsof je pas
recht hebt op hulp als je minder weegt dan een tienjarige. Alsof je pas meetelt als je een slang
sondevoeding door je neus hebt. Dat maakt het moeilijk om de stap naar hulp te durven zetten.

Ik heb zo vaak gedacht dat het niet erg genoeg was. Bij mijn aankomst in Tienen had ik een ruim
gezond gewicht. Ik voelde me moddervet, maar toch moest ik zes keer per dag eten. Geen sprake van
een dieet. Ook op mijn menu stond pizza, taart, choco en frietjes. Tot mijn grote frustratie. Telkens
opnieuw zat ik aan tafel met broodmagere meisjes die bij elke maaltijd hun best deden om al was het
maar één calorie te laten liggen. Het lijkt wel een slecht spelprogramma: zoek de fout aan de
ontbijttafel. Of een sketch met verborgen camera. Een dikkerd in een eetstoorniskliniek. Een olifant in
een kudde ranke antilopen. Ik heb me meermaals afgevraagd waarom ik daar was. Ik zag er niet ziek
uit. Niemand vreesde dat ik elk moment zou instorten. Ik hoefde niet in een rolstoel omdat ik te broos
was om zelf te lopen. Maar ik zat wél in een kliniek.

Later, toen ik na mijn eerste opname herviel in anorexia en met behoorlijk wat ondergewicht werd
opgenomen, besefte ik dat ik er op dat moment niet erger aan toe was dan bij mijn eerste opname.
Meer nog, ik voelde me nog steeds niet erg genoeg omdat het BMI van mijn kamergenootje nog twee
punten lager lag dan het mijne. Ik besefte dat ik het nooit erg genoeg zou vinden. Maar hoe je ‘t ook
bekijkt, of ik nu onder- of overgewicht had, de onderliggende oorzaak van mijn eetstoornis was nog
steeds dezelfde. Ze had nu enkel een andere destructieve uitingsvorm gevonden.

Vaak wordt de ernst van een eetstoornis bepaald op basis van het gewicht. En dat is zonde. Want élke
eetstoornis, op welk gewicht dan ook, heeft een enorme impact op iemands leven. Iemand met
anorexia is niet erger dan iemand met eetbuien. Het draait niet om eten. Of niet eten. Het gaat om
datgene dat eronder zit.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

* indicates required
Ik heb interesse in nieuws over