Home 
U bevindt zich hier: Home > Geschiedenis
print
Geschiedenis

Historisch overzichtSamenwerkingsverbanden en affiliatiesDe toekomst  

 

Historisch overzicht

De organisatie van de Broeders Alexianen is wereldwijd vooral actief in de verzorgingssector. In BelgiŽ is dat voornamelijk de sector van de geestelijke gezondheidszorg, elders in de wereld ook bejaardenzorg en algemene geneeskunde. Het gaat haast steeds om zeer moderne, eigentijdse instellingen waar begrippen als kwaliteit, professionaliteit en wetenschappelijkheid hoog in het vaandel worden gedragen. In BelgiŽ is de congregatie klein geworden. Vandaag, anno 2007, zijn er nog welgeteld 4 broeders actief. Het werd voor deze broeders moeilijk om de verschillende initiatieven voldoende professioneel te beheren en daarom werd bij bevriende organisaties naar steun gezocht. In 1998 werd het beheer van de drie Vlaamse instellingen, Boechout, Grimbergen en Tienen overgenomen door de Broeders van Liefde en werd de Waalse instelling te Henri-Chapelle overgenomen door La Mutualitť Chrťtienne, de Waalse Christelijke Mutualiteit.
Dat wil niet zeggen dat de Broeders Alexianen uit de Belgische zorgverlening verdwijnen. Het zou niet goed zijn een ruim 7 eeuwen oude traditie te verwaarlozen. Daarom behielden de instellingen ook hun naam en blijft het de bedoeling de link met de Alexiaanse bezieling te behouden.

Geschiedenis van de Alexianen

HET ONTSTAAN

"Geschiedkundig werd de congregatie van de Cellebroeders voor het eerst opgericht in het Rijnland en de Lage Landen, maar men weet niet het juiste tijdstip waarop dit plaatsvond, noch de gelegenheid die daartoe aanleiding gaf. De namen van de eerste broeders zijn eveneens onbekend. De reden daarvoor is dat de broeders zich meer beijverden om in het geheugen van God, dan in dat van de mensen voort te leven."
Uit: Handboek der Cellebroeders, 1862
Kadoc nr. 1.3.2.1.

Over het ontstaan van de Cellebroeders bestaat heel wat onduidelijkheid. Er is immers geen sprake van een stichter, noch van een stichtingsdatum . Waarschijnlijk ontstond de congregatie zelfs niet op ťťn plaats maar is er sprake van een spontane beweging die zich quasi gelijktijdig in verschillende gebieden voordeed . Die gebieden waren het Rijnland en de "Lage landen", hetgeen overeenkomt met Nederland, BelgiŽ en Noord-Frankrijk. Op het einde van de 13de en het begin van de 14de eeuw vormden zich daar in de steden spontaan groepen van mannen. Het waren leken die zich gingen bezighouden met de noden van hun medemensen. Deze apostolische taken, zoals het verzorgen van zieken en het begraven van doden, deden zij vanuit een diepe christelijke bewogenheid.

Waarschijnlijk ontstonden de groepen en groepjes broeders op twee manieren. Enerzijds groeiden ze uit verenigingen van vrome leken die een bedelbestaan aannamen. Anderzijds ontwikkelden ze zich vanuit de reeds bestaande religieuze beweging van de begarden waarvan een aantal zich ging bezighouden met het verzorgen van de pestlijders. Deze trend vinden we ook bij de vrouwelijke variant van de begarden: de begijnen.
De groepen begijnen, die zich bezighielden met verzorging en dienst aan de armen, zouden later uitgroeien tot de congregatie van Zwarte- en Grauwzusters.

In het midden van de 14de eeuw woedde in deze streken de Zwarte Pest (1348-1352). Om aan deze verschrikkelijke epidemie het hoofd te kunnen bieden, was het noodzakelijk dat de broeders zich hechter gingen organiseren en dus gingen zij in kleine kloosters samenleven. In 1458 werden de Cellieten als orde erkend door Paus Pius II. Als lekenorganisatie ontstaan, verwierven de broeders daardoor de status van religieuzen.

 

DE GESCHIEDENIS IN EEN NOTEDOP

"Trekt altijd enige proftijt van al hetgeen gij ziet en hoort."
Uit: Wijze gezegden, 1841, Kadoc, 4.3.2.

Het feit dat de broeders in 1458 als religieuze orde werden erkend, betekende niet dat er sprake was van ťťn gestructureerde organisatie. De broeders zouden voortaan de drie geloften afleggen en de regel van St.-Augustinus volgen. De belofte om de regel te volgen werd in 1461 voor het eerst uitgesproken door 12 broeders in de handen van de prior van de O.-L.-Vrouw Broeders van Mechelen. De verschillende huizen waren nog zelfstandig tot 1468 wanneer in Luik, door het eerste Generaal Kapittel, de verschillende huizen zich groeperen en een generale overste werd gekozen. Er werden vijf provincies opgericht: Brabant - Land van Luik, Vlaanderen, Holland, Rijnland en Saksen. Tienen, Boechout en Grimbergen behoorden tot de provincie Brabant.
Men mag zich echter niet vergissen in de populariteit van de broeders. Ondanks het feit dat ze vele diensten bewezen aan de gemeenschap, waren ze zeker niet overal even graag gezien door de bevolking. Allereerst was er hun vaak sjofel voorkomen dat hun parten speelde. Maar ook het feit dat zij in aanraking kwamen met de besmette patiŽnten en overledenen, maakte dat ze vaak "persona non grata" waren voor de bevolking.
De eerste pauselijke erkenning van 1458 werd later herbevestigd: eerst in 1472 door Paus Sixtus IV, later in 1506 door Paus Julius II. Het was eveneens in 1472 dat St.-Alexius als patroonheilige werd aangenomen en de Cellebroeders voortaan als Broeders Alexianen door de geschiedenis zouden gaan.
Die periode van eenheid duurde echter niet lang. In de 16de eeuw, de periode van de reformatie, werden heel wat kloosters vernietigd of afgeschaft en valt de algemene structuur uiteen. In die tijd verdwenen alle Hollandse broedershuizen.

In de 17de eeuw, een bloeiperiode voor de Kerk, kenden ook de Alexianen een periode van opbloei en verspreiding over vele landen. Tijdens de 18de eeuw, de eeuw van de Verlichting en de Franse Revolutie, werden die 17de eeuwse realisaties echter helemaal teniet gedaan.
Vůůr de Franse Revolutie stonden de huizen van de Congregatie onder pauselijk gezag. De huizen die na de revolutie overbleven, werden allen zelfstandig en kwamen onder gezag van de plaatselijke bisschoppen. De samenhorigheid in de congregatie leed eronder. Er werden geen generale kapittels meer gehouden.
In de 19de eeuw groeiden de resterende Belgische huizen uit tot belangrijke verzorgingsinstituten. In 1876 verhuisde het Antwerpse huis bij plaatsgebrek naar Boechout. In 1909 werd het huis van Mechelen naar Grimbergen overgebracht.

In 1875 kwam een nieuwe stichting tot stand in Henri-Chapelle. Belangrijk is ook dat de Duitse broeders van Aken een confrater, broeder Bonaventure Thelen, in 1865 uitstuurden naar de Verenigde Staten van Amerika. Hij zou de stichter worden van een Provincie die zou uitgroeien tot de grootste van de huidige Congregatie. De hoofdzetel van de Congregatie bevindt zich momenteel trouwens in Signal Mountain, Tenessee, U.S.A. Een mooi overzicht van de geschiedenis van de Alexianen in de U.S.A. wordt in detail beschreven door Faherty . Ondertussen werden de huizen in Rijnland herenigd en in 1870 opnieuw onder pauselijke jurisdictie gebracht. De Belgische huizen bleven zeer lang zelfstandig. Slechts in 1975 werden ze opnieuw verenigd en namen ze contact op met de hoofdzetel van de Internationale Congregatie van de Broeders Alexianen te Tenessee.

 

 

DE WERKEN VAN DE ALEXIANEN

"Alhoewel gij zwijgt, uwe houding en gestes doen u kennen".
Uit: Wijze gezegden, 1841, Kadoc, 4.3.2.

Veel meer dan in woorden of geschriften is de essentie van de Alexiaanse inspiratie terug te vinden in hun werk. Alexianen zijn geen mannen van het woord, hun daden spreken. De activiteiten van de Alexianen varieerden in de eerste eeuwen van hun bestaan al naargelang de steden waar hun kloosters gevestigd waren. Ook doorheen de tijd is er een evolutie te bespeuren. Inzake de apostolaatskeuze beschikten de huizen immers over een grote autonomie. De drie belangrijkste caritatieve werken waren de verzorging van pestlijders, het begraven van de overledenen en de opvang van geesteszieken.

 

Het verzorgen van de pestlijders
De pestverzorging en het begraven van doden waren vůůr 1800 de belangrijkste taken van de Alexianen. Van de 14de tot het einde van de 17de eeuw werden de lage landen door steeds weerkerende pestgolven getroffen. De broeders verzorgden de pestlijders met gevaar voor eigen leven. Zo is het verhaal bekend van een gemeenschap van 22 broeders te Aken, die rond 1650 nog met 2 overbleven nadat de pestgolf was geluwd. Alhoewel de broeders voor dit werk vaak gewaardeerd en beloond werden door de bestuurders en gezagsdragers van de steden, was die waardering toch niet algemeen. Omdat ze in aanraking kwamen met de pest, werden ze vaak zelf een gevaar voor hun omgeving. Sommige burgers gingen zich dan ook tegenover hen vijandig gedragen. Soms werd hen verboden zich gedurende een bepaalde tijd onder de gezonde bevolking te begeven. In de 17de eeuw werden Alexianen in enkele steden (o.a. Antwerpen) als Pestmeester benoemd. Hun taak bestond erin al wie verdacht werd van besmetting te bezoeken, toezicht te houden op de eventuele verzorging en het begraven van de slachtoffers. Dat was een erg verantwoordelijke taak, van groot belang voor het voortbestaan van de stad en haar burgers. Natuurlijk werden pogingen ondernomen om de pest te voorkomen en te behandelen. In een reeks "pestboekjes" werd aandacht geschonken aan de preventie en genezing van de ziekte. Ook de Alexianen hadden hun aandeel in het schrijven van dit soort "handleidingen".

Het begraven van doden
De stap van verzorger naar begraven van pestlijders is klein en in de meeste steden verkregen de Cellebroeders het alleenrecht om de doden te begraven. Dat begraven was meestal streng gereglementeerd. Zo moesten, in tijden van de pest, de begrafenissen meestal 's nachts gebeuren. Dit wordt o.a. beschreven door Knippenberg: "De besmettelijke lijken werden 's avonds na 11 uur buiten de stad gebracht en op een kerkhof begraven".De Alexianen deden echter ook hier mťťr. De gestorvenen werden door hen gewassen en in linnen gewikkeld. Ze hielden een wake bij het lijk en voltrokken de begrafenis, waaraan ze als "klaagbroeder" deelnamen. Zo'n begrafenisstoet moet vrij indrukwekkend geweest zijn: "Zij namen met zes kloosterlingen de kist op hun schouders en hielden een brandende toorts in de vrijgelaten hand".

De zorg om geesteszieken
Het verzorgen van geesteszieken, ook karaktergestoorde en moeilijk opvoedbare jongeren, kwam occasioneel voor in de 16de en 17de eeuw, maar werd vooral vanaf de 18de eeuw de voornaamste opdracht van de Broeders Alexianen. Kenmerkend voor de Alexiaanse zorg was de persoonlijke patiŽnt-broederband in de meeste Belgische huizen. Het gebruik van gezamenlijke maaltijden en recreatie met broeders en patiŽnten bleef lang bewaard. PatiŽnten werden commensalen genoemd. De persoonlijke band tussen broeders en patiŽnten bleek o.a. ook uit het feit dat de broeder vaak zijn commensaal volgde wanneer deze een zeldzame vakantieperiode in de familiekring doorbracht.

Andere opdrachten
Naast deze drie essentiŽle opdrachten, vinden we in de geschiedenis een aantal "nevenopdrachten" terug. Veelal ging het erom dat de Broeders inspeelden op de noden die zij zagen.

Enkele voorbeelden:
- Wanneer er nood was, werden weeshuizen opgericht of opvang voor vondelingen georganiseerd.
- Alexianen verzorgden waarschijnlijk wat de eerste ziekenvervoerdienst kan worden genoemd. Zij vervoerden de zieken in een draagstoel of met een kar uit hun huis naar het klooster of een ziekenhuis.
- In het begin van de 20ste eeuw stichtten de broeders van Boechout een sanatorium voor TBC-lijders.
- Vandaag worden de nieuwe pestlijders, de AIDS-patiŽnten, opgevangen bij de Broeders Alexianen in de Verenigde Staten.

 

   
   
   
DE PATROONHEILIGE SINT-ALEXIUS

De legende
Er zijn talrijke versies van de legende van St.-Alexius. Vele daarvan dateren uit de Middeleeuwen en getuigen van het feit dat de middeleeuwse schrijvers van heiligenlevens het absoluut niet zo nauw namen met de historische exactheid van hun verhalen. Hun motieven waren dan ook vooral religieus, hun bedoeling was een boodschap te brengen, voorbeelden voor te houden.
De kern van het verhaal van St.-Alexius is gebaseerd op een vermoedelijk authentiek historisch verslag uit SyriŽ (+ 450 n.c.). Deze getuigenis bericht over het leven van een rijke jongeman, geboren en opgevoed in Rome, die op de avond van zijn huwelijk zijn bruid en ouders verlaat om op pelgrimstocht te gaan naar het Heilig Land. Hij sterft in Edessa na een leven van vrijwillig kluizenaarschap en armoede.
Aan dit basisverhaal worden in de loop der tijden bijkomende elementen toegevoegd. Zo keert de jongeman, nu Alexius genoemd, uit Edessa terug naar Rome. Als onbekende bedelaar krijgt hij onderdak in het ouderlijk huis en leeft er zeventien jaar onder de trap, blootgesteld aan allerlei vernederingen en pesterijen vanwege de bedienden. Pas na zijn dood wordt zijn ware identiteit bekend.

St.-Alexius als patroonheilige
Waarom kozen de cellebroeders St.-Alexius in 1472 als hun patroonheilige? Wat sprak hen aan in dit, toch wel ongewone levensverhaal? Kenmerken die opvallen in het leven van St.-Alexius zijn anonimiteit en een grote onthechting van alle luxe en weelde. Hij lijdt, haast letterlijk, een verborgen leven. Ook de Cellebroeders kiezen voor een leven in anonimiteit, een leven van gebed en liefdadigheid.
Het leven van St.-Alexius, de bedelaar, sprak de eerste Alexianen sterk aan. Ook zij waren immers vrijwillig arm, bedelden om brood voor de armen in Gods naam. Een andere commentator verklaart het zo: Net zoals Alexius hadden de cellebroeders gekozen voor een ascetisch bestaan. Ze opteren voor volkomen onthechting en armoede, los van alle wereldse banden, slechts gebruik makend van de aalmoezen die anderen hen aanboden. Zoals Alexius zijn bezittingen met anderen deelde, bedelden ze niets voor zichzelf. Meer nog, vůůr de inrichting van hun vaste verblijven waren ze rondtrekkende bedelaars geweest, een ele-ment dat ook in het leven van de heilige Alexius wordt teruggevonden. Alexius vertrok immers vanuit zijn woonplaats als vreemdeling en banneling. Hij ging voor in het besef dat wij allen slechts vreemden zijn op deze wereld, dat het leven een permanente pelgrimstocht is, op weg naar een einddoel dat volkomen buiten onszelf ligt .

Nog enige wetenswaardigheden over St.-Alexius
- Feestdag 17 juli (sinds 1969 geschrapt uit de kerkelijke kalender).
- Zijn lichaam zou bewaard worden in een klooster gelegen op de Aventijnse Heuvel in Rome. Voor wie Rome bezoekt is een wandeling naar de Aventijn een aanrader. Men kan hem trouwens ook zien op de 11de eeuwse fresco's in de beroemde San Clemente te Rome.
- St.-Alexius is de patroonheilige van de armen, de bedelaars, de bedevaartgangers en de ceintuurmakers.
- De heilige Alexius wordt vaak teruggevonden als patroonheilige in begijnhoven. Zo vindt u in Dendermonde een mooi 17de eeuws St.-Alexiusbegijnhof.

Hij wordt afgebeeld:
- Als bedelaar of pelgrim: met staf of bedelkap.
- Onder trap of ladder: waaronder hij 17 jaar in het ouderlijk huis woonde.
- Met brief: waaruit na zijn dood zijn identiteit blijkt.
- Als iemand die zijn dure kleren aan een bedelaar geeft.
- Afscheid nemend van zijn bruid.
- Geplaagd door de bedienden van zijn vader.

St.-Alexius is ook te vinden:
- Op een schilderij in de Antwerpse St.-Andrieskerk: thema "Het afscheid van St.-Alexius".
- Op een schilderij in de Mechelse St.-Alexius- en Catharinakerk: thema "Het huwelijk van St.-Alexius".
- Op een zijluik van een triptiek in de kloosterkapel in Boechout: thema "St.-Alexius naast een monumentale trap".
- Op een glasraam in het St.-Amandusinstituut te Gent: thema "St.-Alexius met een leliestengel in de hand" (wat refereert naar zijn kuise leven).
- Oudste voorstelling: wandschilderij in de St.-Alessiokerk te Rome (8ste eeuw).

   
DE ALEXIANEN IN DE WERELD

Tijdens de 20ste eeuw evolueerde de ondertussen ťťn gemaakte congregatie der Broeders Alexianen sterk. De Nederlandse huizen verdwenen na de Franse Revolutie. In BelgiŽ bleven vier huizen bestaan maar werd niet aan expansie naar het buitenland gedaan. Dit deden de Duitse Alexianen wel. Zij stichtten huizen in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Ierland.

In 1948 wordt het zwaartepunt van de werking van Duitsland naar de Verenigde Staten verplaatst. Het hoogtepunt hiervan was de overbrenging van het Generalaat naar de U.S.A. Van daaruit werden vestigingen gecreŽerd in Mexico, de Filippijnen en Nigeria.

De zetel van het Generalaat is gevestigd in Signal Mountain, Tennessee, Verenigde Staten.
De congregatie is opgesplitst in vier Provincies die elk een Provinciale Overste en een Provinciale Raad hebben. De Belgische huizen vormen de St.-Augustinusprovincie. De Duitse instellingen vormen de St.-Alexiusprovincie. Zij zijn vooral actief in de psychiatrische zorgverlening en later ook in enkele algemene ziekenhuizen.
De Onze-Lieve-Vrouw-Onbevlekte Ontvangenisprovincie bestaat uit de Verenigde Staten, de Filippijnen en Mexico. Hier is men vooral actief in de algemene ziekenhuizen en de bejaardenzorg.
De huizen van Groot-BrittanniŽ, Ierland en Nigeria vormen samen de Heilig-Hart-Provincie. Bejaardenzorg, daklozenopvang en missionering zijn hun voornaamste actieterrein. De congregatie straalt ook vandaag dynamiek en engagement uit, hetgeen zich uit in talrijke mooie projecten. Een mooi overzicht van de Alexianen in de wereld is te vinden in het tijdschrift Alexiana (5de jaargang, nr. 1, XIII, april 1985).

   
   
DE ALEXIANEN IN BELGIň

Talrijk zijn de Vlaamse steden waar men een "Alexianenweg", "Cellebroedersstraat" of "Cellietenstraat" zal aantreffen.
Veurne, Roeselaere, Brugge, Gent, Brussel, Antwerpen, Lier, Mechelen, Tienen, Leuven, Diest, Hasselt en St.-Truiden hebben huizen van de Broeders Alexianen gekend.
Daarvan blijven er nog 4 over: Boechout, Tienen, Grimbergen en Henri-Chapelle. Het zijn alle 4 moderne psychiatrische klinieken waar kwaliteitsvolle behandeling wordt geboden. In 1998 werd het beheer van deze instellingen overgedragen aan de Congregatie der Broeders van Liefde. De Belgische Alexianen waren immers niet talrijk genoeg meer om het veeleisende beheer en bestuur van hun initiatieven voldoende kwaliteitsvol te blijven garanderen. Hun geschiedenis, hun werk, inzet en spiritualiteit blijft echter in het werk dat vandaag geleverd wordt verder leven.

 

   
DE ALEXIANEN IN TIENEN

Ondanks het ontbreken van precieze archivalische bronnen met betrekking tot hun stichting, namen de Alexianen waarschijnlijk hun intrek in de stad Tienen tijdens de 13de of 14de eeuw. De vroegste verwijzing naar de aanwezigheid van Cellebroeders in Tienen is 1250-1300. De geschiedschrijver P.V. Bets citeert een tekst van de Bestendige Onderzoekscommissie van de Krankzinnigengestichten die in een rapport van 1856 schrijft: "Dependant de l'administration des hospices civils, cet ťtablissement est desservi par les FrŤres Cellites, qui sont ťtablis ŗ Tirlemont entre les annťes 1250 et 1300".
Het Tienen van de 14de eeuw was ťťn van de rijkste en meest bevolkte steden van Brabant. De laken- en wolnijverheid was er in volle bloei. De stad barstte letterlijk uit haar voegen, breidde uit tot buiten de vesten. Tienen telde dan 20.000 inwoners, hetgeen zeer veel is voor die tijd.

Er bestaat een geschrift uit 1340 waarin sprake is van een "huis van de Lollarden". Het oudst bewaarde document, waarin de Tiense Cellebroeders rechtstreeks worden vernoemd, dateert van 20 juni 1441. Zij bekwamen vanwege het kapittel van St.-Germanus en van de stadsmagistraat de toelating om aalmoezen in te zamelen. In die tijd betrokken zij een klein klooster in de huidige Kapucijnenstraat. De 15de eeuw was ook voor Tienen een tijd van beroering en verval. De pest en een aantal overstromingen eisten hun tol aan mensenlevens. De laken en wolnijverheid maakte een ernstige crisis door en reeds in het begin van de 15de eeuw slonk het aantal inwoners van de stad tot 11.000. Vele ambachtslieden verlieten Tienen en het gemeentebestuur moest schulden maken. De glorietijd van de stad was voorbij.
De 16de eeuw zal trouwens niet veel beterschap brengen. Onder de eerste Habsburgers werd Tienen in 1507 geplunderd door de troepen van Luik en Gelderen, bondgenoten van Frankrijk. Onder het bewind van Keizer Karel kende de stad een korte rustperiode, maar naar het einde van de eeuw toe, tijdens de godsdienstoorlogen, plunderden de legers van Willem van Oranje en de Hertog van Anjou de stad meermaals. Toen ook nog een nieuwe pestepidemie uitbrak, slonk het bevolkingsaantal op een gegeven moment zelfs tot 2000!
Ook de broeders werden niet gespaard. Hun klooster werd platgebrand. Zonder onderdak moesten de broeders zich verspreiden. Waarschijnlijk gingen ze terug naar hun familie of werden ze opgenomen in andere huizen van de orde. De inwoners van Tienen misten echter hun hulp en steun en drongen bij het stadsbestuur aan op hun terugkeer. Het is in die periode dat ze van de stad de huidige locatie van het ziekenhuis, Veldbornstraat - Liefdestraat, kregen toegewezen (1591). Zij zouden er het "ouden mennekens huis" beginnen te verbouwen en uit te breiden. In 1664 worden zij er ook eigenaar van.
In die dagen waren de Cellebroeders vooral gekend als begravers van de vele doden die vielen wegens de pest en andere besmettelijke ziekten die de streek bleven teisteren.
Soms gaf het begrafenisrecht aanleiding tot moeilijkheden, die dan aan het kapittel van St.-Germanus werden voorgelegd. In 1662 rees aldus een geschil met de Grauwzusters. De broeders beschuldigden de zusters die "de eerbaarheid zouden geweld aandoen door de lichamen van dode mannen te lijken". De deken nam de voor de hand liggende beslissing en liet het wassen van mannenlijken voorbehouden aan de Alexia-nen, van de vrouwenlijken aan de Grauwzusters.
In 1664 vinden we de eerste verwijzing naar het verzorgen van geesteszieken te Tienen: de verbouwing van het oud mannenhuis moest immers dienen voor het "maecken, soe om coten off plaetsen om sinneloose menschen te stellen". Maar de broeders gingen ook in de stad de geesteszieken verzorgen. In hun dagboeken vinden we de verwijzing naar het "verzorgen aan huis". Kanunnik Laenen schreef: "De cellebroeders gelasten zich doorgaans met het verplegen van geesteskranken te hunnent en wanneer de nood aan de man kwam, binnen hun klooster" . Zij waren waarschijnlijk de eerste thuisverpleegkundigen.
De 17de eeuw begon met een korte periode van relatieve rust onder het bewind van Albrecht en Isabella (1598-1633), maar daarna was het vooral ellende troef. In 1635 werd Tienen door de Franse legers tot een puinhoop herleid. Dewalhens schrijft dat 6 kloosters en 7 kerken werden verwoest en dat van de 600 woningen van de stad er nog 30 overbleven. En daarmee was het onheil niet gestopt, want ook plunderingen door Hollandse troepen, overstromingen, de pest en zelfs een aardbeving teisterden de stad of wat ervan overbleef.
De Alexianen hadden hun handen meer dan vol, maar werden ook zelf getroffen. Het klooster aan de Veldbornstraat werd zwaar beschadigd, al is het niet duidelijk of het helemaal of slechts gedeeltelijk werd verwoest. Wel is beschreven dat de broeders elders onderdak moesten zoeken en dat een nabijgelegen huis, gebouwd in 1609, toen de naam "Ark van NoŽ" kreeg toegemeten. Wellicht heeft dit betrekking op het feit dat dit het enige gebouw was dat nog rechtstond temidden van het puin. De kloostergemeenschap bleef gedurende de hele geschiedenis van de Alexianen te Tienen steeds relatief klein. Zo weten we dat er in 1684 slechts 3 kloosterlingen in de Veldbornstraat woonden, in 1775 waren dat er 6, aangevuld met 1 novice.
In de 18de eeuw bloeide de economie in Tienen weer op en nam de handel toe, dankzij de relatieve rust in onze streken onder het Oostenrijkse bewind. Tingieters en bierbrouwers verwierven faam tot in het buitenland. Ook werd in die tijd het klooster grondig vernieuwd en werd de eenbeukige kapel van 8 traveeŽn met fraaie classicistische gevel opgetrokken, volgens de plannen van meester Philips Gerard Robbiets (1757-1831), een bekende bouwmeester in het Tiense. De schilderijen in de kapel zijn van de hand van bekende schilders uit de streek: P.J. Verhaghen en P.J. De Craen.
De Franse Revolutie zou het einde betekenen voor vele kloostergemeenschappen. Ook de Tiense Alexianen werden geplunderd en daarna werd hun klooster opgevorderd als gevangenis. De Broeders verzetten zich tegen hun taak van gevangenisbewakers maar de Revolutionairen hielden hun koppig aan deze verplichting. Op 17 november 1796 ontvingen zij een bevelschrift tot sluiting van het klooster. De Alexianen weigerden echter het bevel te volgen en rechtvaardigden hun weerstand: wie zal er zich dan bekommeren om de geesteszieken? Moeten ze die dan loslaten? Het mocht niet baten. Nog even mochten ze blijven om de wezen van de stad op te vangen maar dan werden ze ook effectief uit hun klooster verjaagd.
Niet voor lang echter. In 1801 keerden ze terug naar Tienen om er hun oude werk weer op te nemen. Samen met de Grauwzusters waren zij de enige kloosterorde die de Franse omwenteling overleefden. Beide congregaties kunnen dan ook terugblikken op een eeuwenlange aanwezigheid in Tienen.
Naast psychiatrische instelling bleef het gebouw aan de Veldbornstraat ook dienst doen als wezenhuis. Dat was een ongezonde situatie die regelmatig tot problemen leidde. In 1838 verhuisden de wezen dan naar een nieuw wezenhuis aan de Capucijnenplaats. De broeders zouden het jongensweeshuis ook daar nog geruime tijd blijven besturen.
Maar de broeders zouden zich vanaf dan voornamelijk toeleggen op de verzorging van geesteszieken. De instelling werd steeds verder uitgebreid. Van 7 geesteszieken in 1820 groeide men tot 51 zieken in 1871. In het begin van de 20ste eeuw werden een honderdtal patiŽnten verpleegd.
In 1930 legde een enorme brand het klooster in as. Bij de heropbouw, voltooid in 1932, volgens de plannen van Geens en Piron, werd de oorspronkelijke stijl zoveel mogelijk gereconstrueerd. De kapel bleef gelukkig gespaard en is dus nog origineel 17de eeuws. Een wet over de krankenzinnigengestichten verscheen voor het eerst in 1850 in ons land. Vůůr die tijd werden de krankzinnigen in "het gesticht" verpleegd zonder wettelijk kader.
Door een Koninklijk Besluit van 28 juli 1853 werd de instelling van de Alexianen te Tienen door de staat erkend als "instituut voor zinnelozen". Tienen verkreeg de toestemming om 30 geesteszieken op te nemen, 20 betalenden en 10 armen. Het verblijf van de armen diende bekostigd te worden door de stad waarvan zij afkomstig waren of werd ten laste genomen door de "Armenburelen". De verblijfsvergoeding voor 1 dag bedroeg 1 frank.

 

 

 

   
   
De Ark van NoŽ
De Ark van NoŽ bevindt zich aan de achterzijde van de kliniek, waar deze grenst aan de Ark van NoŽstraat. Het huis dateert van 1609. De Broeders Alexianen werden eigenaar van het pand via openbare verkoop in 1890. Eerdere eigenaars waren o.a. een baron, een hofmeier en een kannunik.
Het gebouw is als monument beschermd en bevat een paar historisch belangrijke schouwgarnituren .
   
MEER OVER DE ALEXIANEN

Bibliografie

BETS, P.V., "Histoire de la ville et des institutions de Tirlemont", Louvain, 1860, II, blz. 179.

CLEYNHENS, Leen, "Inventaris van het archief Alexianen in BelgiŽ", 1472 - 1990, KADOC, Leuven, 2001.

DE RIDDER, F., "geschiedenis der Straten en Openbare Plaatsen van Thienen", in Hagelandse Gedenkschriften, 4de aflevering, 1911, blz. 53.

DEWALHENS, P., "Tirlemont, Histoire de la ville et de ses momuments", 1956, p. 32.

FAHERTY, William Barnaby, S.J. To Rest in Charity: "A History of the Alexian Brothers in Saint Louis", 1869 - 1984, St.-Louis: River City Publishers, Limited, 1984.

ISBN: 0-933150-75-X.

FRISBIE, M. (Red), "Het verhaal van de Broeders Alexianen", Edition Sadifa Media, KEHL, West-Germany, 1984.

KAUFFMAN, Christopher J., "Tamers of Death: The History of the Alexian Brothers from 1300 tot 1789". New-York: The Seabury Press, 1976.

KAUFFMAN, Christopher J., "The Ministry of Healing: The History of the Alexian Brothers from 1789 tot the Present", New-York: The Seabury Press, 1978.

KEMPENEERS, Paul, "Thuis in Tienen", Deel I, Tienen 1999.

KNIPPENBERG, H., "Besmettelijke ziekten vroeger en nu", KADOC, 1.3.3.3.

LAENEN, J., Kanunnik, "Kerkelijk en godsdienstig Brabant vanaf het begin der IVde tot in de XVIde eeuw of voorgeschiedenis van het Aartsbisdom Mechelen", Antwerpen 1936, 2 delen, II, blz. 67.

LI…GOIS, A.,Christelijke zorg verbindt waarden en geloof, Tertio, 24 april 2002.

MULDER-BAKKER, Anneke en CARASSO-KOK, Marijke, "Gouden legende, heiligenlevens en heiligenviering in de Nederlanden", uitgev. Verloren, Hilversum, 1997, p. 9, 10, 11, 22.

PARLOOR, A., Tiense straat- en spotliedjes, De Brabantse folklore, nr. 141, blz. 44-45.

SMET, D., E.H.K., "Geschiedenis van het religieuze leven en de spirituele tradities", cursus opleiding Spiritualiteit, Canon Triest, 2001.

SPENCE, Frank, MSc, BA, CFA, "An exploration and analysis of Alexian/Cellite Spirituality", doctoraatsthesis, 1998.

STOCKMAN, R., "Spiritualiteit van het leidinggeven", cursus opleiding Spiritualiteit Canon Triest, 2002.

STROOBANTS, Theo, "De Broeders Alexianen te Tienen", uitgave in eigen beheer, 1975.

VAN DER LINDEN, Stijn, "De heiligen", uitgeverij Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2002, p. 37-40.

VAN DER VLOET, Johan, "Als ik mijn handen in jouw wonden kan leggen, zal ik geloven". Hoe omgaan in zorginstellingen met intern pluralisme. Referaat studiedag. "Ruimte voor het religieuze in de zorgverleningsector", 19 april 2002, Intercongregationeel Samenwerkingscentrum voor de Gezondheidszorg.

VANPOUCKE, P., "De Alexianen en hun levenswerk", licentiaatthesis, faculteit Medisch-Sociale Wetenschappen, Katholieke Universiteit Leuven, 1992.

WOUTERS, J., "Geschiedenis van het klooster der Cellebroeders Tienen", Handschrift, 1957, KADOC, 1.1.2.3.3.

X, "Werken van Barmhartigheid, 650 jaar Alexianen in de Zuidelijke Nederlanden", Catalogus bij de tentoonstelling, Leuven, Stedelijk Museum Vander Kelen - Mertens, 1985.

Websteks

www.alexianbrothers.org
www.alexianentienen.be
www.heiligen.net/jul/1707.htm
www.kerknet.be
http://kadoc.kuleuven.be/nl/index.html
www.fracarita.org

Archief

Het archief van de Belgische Alexianen werd toevertrouwd aan het Katholiek Documentatie- en Onderzoekscentrum (KADOC). In totaal beslaat het ongeveer 38 strekkende meter. Het bevat de verschillende kloosterarchieven, die elk een eigen afdeling van het archief vormen: Antwerpen, Boechout, Mechelen, Grimbergen, Henri-Chapelle, Tienen, Diest, Elsene, Leuven en Lier. De oudste stukken dateren van de 15de eeuw. Het archief bevat stukken die voornamelijk betrekking hebben op drie thema's. Enerzijds vindt men er archiefvakken over de Congregatie zelf. Verder is er nogal wat interessant bronnenmateriaal aanwezig in verband met de Alexiaanse Spiritualiteit en tenslotte vindt men er een aantal archiefvakken over de apostolaatswerken terug. Zo kan men er patiŽntenregistraties terugvinden die een beeld scheppen van de diagnostische en therapeutische praktijken in de instellingen voor geesteszieken vůůr de tweede wereldoorlog.
Het KADOC bevindt zich in de Vlamingenstraat, 39 te 3000 Leuven. Het archief is enkel toegankelijk mits toestemming van de bewaargever, i.c. de Provinciaal van de St.-Augustinus Provincie van de Congregatie der Broeders Alexianen.
http://kadoc.kuleuven.be/db/inv/978.pdf: Inventaris van het archief Alexianen in BelgiŽ (1472-1990)

 

   

 

Historisch overzichtSamenwerkingsverbanden en affiliatiesDe toekomst 

 

SAMENWERKINGSVERBANDEN EN AFFILIATIES

Om optimale zorgen te bieden, wordt samenwerking met andere organisaties steeds belangrijker. Volgende conventies en samenwerkingsverbanden werden ondertekend.

  • Samenwerking tussen de Psychiatrische Centra van de Broeders van Liefde en C.G.G. Passant.
    Klik voor meer informatie

  • Overeenkomst tussen de dienst voor diagnose en geneeskundige behandeling van de H. Hartkliniek Tienen en de Psychiatrische Klinische Diensten van de Kliniek Broeders Alexianen te Tienen.

  • Intentieverklaring tussen het H. Hart Ziekenhuis te Tienen en de Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen te Tienen voor samenwerking op het vlak van gerontopsychiatrie.

  • Overeenkomst tussen de Vzw. Centrum Geestelijke Gezondheidszorg Vlaams-Brabant Oost te Leuven en de Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen te Tienen.

  • Overeenkomst tussen de Extramurale Woonvorm Hestia te Tienen, de extramurale dienst voor Geestelijke Gezondheidszorg te Tienen, de Vzw. CGGZ Vlaams-Brabant Oost te Leuven en de Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen te Tienen.

  • Overeenkomst tussen de U.Z. K.U. Leuven en de Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen Tienen.

  • Samenwerkingsovereenkomst tussen de dienst K van de Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen te Tienen en de dienst RKJ van De Sleutel te Merelbeke.

  • Overeenkomst tussen de dienst Sp (gerontopsychiatrie) van de Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen Tienen en het Rustoord St.-Alexius Tienen.

  • Netwerkovereenkomst Sociale Psychiatrie Regio Tienen.

  • Samenwerkingsovereenkomst ontslagmanagement tussen de Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen Tienen en de dienst thuiszorg (SIT) van de provincie Vlaams-Brabant.

  • Samenwerkingsovereenkomst Ziekenhuis - Thuiszorg.

  • Met de Vzw. Oikoten werd een overeenkomst ondertekend voor samenwerking rond 'Onthemende projecten voor jonge psychiatrische patiŽnten'.

  • Samenwerkingsovereenkomst tussen de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen te Brussel.

  • Overeenkomst tussen SWV Overlegplatform Gezondheidszorg Vlaams-Brabant en de aangesloten ziekenhuizen.

  • Dr. S. Ansoms is geneesheer-consulent in het Universitair Ziekenhuis Gasthuisberg.

  • Het ziekenhuis biedt in samenwerking met de Katholieke Universiteit Leuven en de Vrije Universiteit Brussel opleidingsplaatsen voor psychiaters en psychologen. Vanuit de Provinciale Hogeschool Limburg komen stagiairs ergotherapeuten, verpleegkundigen en kinesisten. Ook met de St.-Franciscus school voor verpleegkundigen en de Katholieke Hogeschool Leuven wordt samengewerkt voor de opleiding van verpleegkundigen.

 

Historisch overzichtSamenwerkingsverbanden en affiliatiesDe toekomst  

 

De toekomst

De geestelijke gezondheidszorg zal de komende jaren verder evolueren. In functie van de behoeften en de noden zullen nieuwe werk- en zorgvormen ontstaan. Zo zullen we ons verder inschakelen in netwerken en samenwerkingsverbanden. Dankzij de nieuwe op stapel staande projecten zien we de toekomst met vertrouwen tegemoet en zullen we onze opdrachten kwaliteitsvol vervullen. Onze gemotiveerde en deskundige medewerkers vormen in deze evolutie een sterke troef.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Alexianen Zorggroep Tienen
© 2017
webmaster: johan beenaerts